Wielinga, Rinkes en Ament

J. Fox

Toen Dr. N. van der Zijpp, die zelf als Doopsgezind predikant te Joure had gestaan, de geschiedenis van deze gemeente beschreef voor “The Mennonite Encyclopedia”, maakte hij gewag van het conflict, dat de gemeente van 1760 tot 1817 verdeeld hield: de aanhangers van het Oude Huis stonden toen tegenover de aanhangers van het Nieuwe Huis.[1] Ook vernemen we, dat Inne Wouters (Cath) zonder professioneel predikant te zijn als voorganger van het Oude Huis is opgetreden van 1780 tot 1814. Onthutsend is, dat de auteur hem in een volgend deel van de encyclopedie tot het geslacht Rinkes rekent en zich dan ten tweeden male vergist.[2] Inne Wouters heeft bij de aanvang van de Burgerlijke Stand de naam Wielinga aangenomen.[3]

Aan W.Tsj. Vleer was de juiste naam niet ontgaan, toen hij in 1954 zijn “Genealogie Wielinga, Genealogisch overzicht van alle geslachten Wielinga, Wielenga en Hoogda van Wielinga ± 1600-1842” in het licht gaf. “Waren de andere geslachten Wielinga in de 18e eeuw allen Gereformeerd en na 1813 dus Nederl. Hervormd” — zo lezen we op blz. 24 — “de familie uit Joure is hierop een uitzondering. Deze familie was en bleef Doopsgezind, waardoor ook de doopdata niet vermeld konden worden, zodat we het hier wel met schaarse gegevens moeten doen”. Vleer weet te melden, dat Inne Wouters Wielinga wieldraaier van beroep was: daaraan is de geslachtsnaam kennelijk ontleend. Geboren te Joure in 1748, overleden aldaar 19 oktober 1814, was deze Doopsgezinde leraar volgens Vleer 15 mei 1779 te Balk met Simkje Heerts van Balk in het huwelijk getreden.[4]

Een gedenkwaardige dag in het gezin van Inne Wouters was zondag 29 oktober 1809. Toen werd namelijk de bruiloft van drie dochters gevierd. Het uitzonderlijke karakter van deze gebeurtenis wettigt een exacte aanhaling uit het trouwboek van het Oude Huis:

“Den 15, 22 en 29 van Wijnmaand hebben Meindert Cornelis Meinderts en Wytske Innes Wouters, Jan Jans Rinkes en Antje Innes Wouters, alle van de Joure, en Gerben Jetses Brouwer, van het Heerenveen, en Gerbrig Innes Wouters, van de Joure, allen hunne drie huwelijksproclamatiën onverhinderd gehad. En zijn daarop Meindert K. Meinderts en Wytske I. Wouters, Gerben J. Brouwer en Gerbrig I. Wouters plegtig bij ons in den echt bevestigd zondag den 29 van Wijnmaand des nademiddags — hebbende Gerben J. Brouwer een adtestatie bezorgd van de huwelijksbekendmakingen op het Heerenveen, geteekend door Jan van Kalkar, leeraar, en A. ten Cate, diaken, en is deze adtestatie door ons geteekend aan voornoemde perzonen terug gezonden — En zijn Jan J. Rinkes en Antje I. Wouters de 29 van Wijnmaand ‘s nademiddags in de Kerk der Hervormden op de Joure plegtig in den echt bevestigd”.[5]

Bepaald niet ten onrechte heeft W.Tsj. Vleer zijn gegevens als schaars gepresenteerd. De aangehaalde akte is aan zijn aandacht ontsnapt met het gevolg, dat alle drie dochters van Inne Wouters Wielinga buiten zijn gezichtsveld zijn gebleven. Wel kent Vleer vier andere dochters. Bijeengeteld zijn het er zeven. Afgezien van jong gestorven kinderen, die bij gebrek aan gegevens niet te achterhalen zijn, kan het gezin met zeven volwassen geworden dochters compleet worden geacht.[6] Brengen wij in de opzet van Vleer de nodige aanvullingen en verbeteringen aan en kennen wij het echtpaar en zes van de dochters gemakshalve de geslachtsnaam toe, die zij sedert 1811/’12 dragen, dan ontstaat het navolgende beeld.[7]

Inne Wouters Wielinga, geb. Joure in 1748, wieldraaier en leraar van de Doopsgezinde gemeente in het Oude Huis overl. Joure 19 okt. 1814, tr. Balk 13 mei 1779 Simkje Heerts Visser, geb. Balk in 1755, overl. Joure 14 nov. 1827, dr. van Heert Minnes Visser en Sibbeltje Jacobs.
Simkje Heerts behoefde als getrouwde vrouw in 1811/’12 voor zichzelf geen geslachtsnaam aan te nemen, maar komt in haar overlijdensakte en ook in haar overlijdensadvertentie met de geslachtsnaam Visser voor.

Zeven dochters uit dit huwelijk werden volwassen:

  1. Wytske Innes Wielinga. geb. Joure in 1780, overl. ald. 20 febr. 1829, tr. Joure (Doopsgez. kerk) 29 okt. 1809 Meindert Cornelis Meinderts, later Knaap, geb. Joure in 1764, schoenmaker en leerlooier, overl. Joure 13 dec. 1826, zn. van Cornelis Meinderts en Roeltje Oenes en weduwnaar van Tryntje Sipkes.
    Wytske is als oudste dochter naar haar grootmoeder van vaderskant Wytske Innes vernoemd. De overlijdensadvertentie van haar moeder Simkje Heerts Visser heeft zij mede namens de verdere familie ondertekend.
  2. Sibbeltje Innes Wielinga, geb. Joure 1781/’82, overl. ald. 23 mei 1839, tr. Joure (Doopsgez. kerk) 24 febr. 1811 Thys Sipkes Taconis, geb. Joure 9 maart, ged. (Herv.) ald. 4 april 1779, floreenontvanger, later boomkweker, overl. Joure 20 aug. 1826, zn. van Sipke Taconis en Namkje Krijns en weduwnaar van Froukje Aukes.
    Thys Taconis is als oudste zoon naar zijn grootvader van vaderskant vernoemd. Zijn vader Sipke Taconis komt echter niet met het patronym Thysz. voor.
  3. Antje Innes Wielinga, geb. Joure 6 juli 1783, overl. ald. 28 aug. 1852, tr. Joure (Herv. kerk) 29 okt. 1809 Jan Jans Rinkes Jr., geb. Joure 27 sept., ged. ald. (Herv.) 21 okt. 1781, koopman, lid van de raad van Haskerland, overl. Joure 22 okt. 1867, zn. van Jan Jans Rinkes Sr. en Dieuwke Jans Bakker.
  4. Gerbrig Innes Wouters, geb. Joure 1786/’87, overl. Heerenveen 9 april 1811, tr. Joure (Doopsgez. kerk) 29 okt. 1809 Gerben Jetses Brouwer, geb. Heerenveen 5 febr. 1782, koopman, lid van de raad en assessor van Schoterland, overl. Heerenveen 14 april 1836, zn. van Jetse Gerbens Brouwer en Tryntje Ruurts; hij hertr. Grouw 13 april 1816 Wytske Sjoerds Binnerts.
    Gerbrig Innes Wouters heeft de geslachtsnaam Wielinga nooit gedragen, doordat zij nog vóór de invoering van de Burgerlijke Stand overleed. De geboorte van Gerben Jetses Brouwer is ingeschreven in het geboorteregister van de Doopsgezinde gemeente te Heerenveen.
  5. Jacobje alias Jacoba Innes Wielinga, geb. Joure 4 juni 1791, overl. ald. 26 mei 1816.
    Het lidmatenregister van de Doopsgezinde gemeente in het Oude Huis te Joure bevat bij de overlijdensdatum van Jacobje Innes Wielinga de aantekening, dat zij toen 25 jaar min negen dagen oud was.
  6. Angenietje Innes Wielinga, geb. Joure 12 juli 1794, overl. Langweer 8 maart 1840, tr. Haskerland 23 april 1820 Siebe Reitzes Siebesma alias Sybesma, geb. Zuidbroek (Doniawerstal) 26 okt. 1795, veeboer, overl. De Scharren onder Oldeouwer (Doniawerstal) 25 juli 1870, zn. van Reitze Durks Siebesma (Sybesma) en Berber Pieters.[8]
    Siebe R. Sybesma is ingeschreven in het lidmatenregister van de Doopsgezinde gemeente te Joure, aangezien de Doopsgezinden van Broek onder genoemde gemeente ressorteerden. Als zijn geboortedatum is hier opgegeven 22 nov. 1795, als zijn doopdatum 7 maart 1818. Bij gelegenheid van zijn twee jaar later gesloten huwelijk is een akte van “kennelijkheid” opgemaakt, die als zijn geboortedatum 26 okt. 1795 vermeldt. Deze laatste datum van rechtswege vastgesteld kan op meer authenticiteit bogen dan de eerste.
  7. Geertje Innes Wielinga, geb. Joure 31 juli 1801, overl. ald. 3 april 1881, tr. Haskerland 8 juli 1827 Geert Pieters Cath, geb. Joure 10 jan., ged. ald. (Herv.) 5 febr. 1792, koopman, overl. Joure 28 april 1867, zn. van Pieter Lubberts Cath en Berber Geerts en weduwnaar van Reinskje Johannis Bokma.[8]

Is hiermede geconstateerd, dat drie dochters van een Doopsgezinde leraar, Sibbeltje, Antje en Geertje Wielinga, met een Hervormde man in het huwelijk zijn getreden, dit is in de eerste decenniën van de negentiende eeuw niet zo verrassend als het op het eerste gezicht lijkt. Ds. S. Blaupot ten Cate is in zijn “Geschiedenis der Doopsgezinden in Friesland” (Leeuwarden, 1839) op het verschijnsel van de “buitentrouw”, de gemengde huwelijken ingegaan.[9] Werd een lid, dat zich daaraan schuldig maakte, oorspronkelijk door de ban getroffen, later betoonden vele Doopsgezinde leraars zich tolerant. Ze lieten het bij zachte vermaningen, die weinig of geen effect sorteerden. “Vandaar, dat men Gemeenten vindt, waar ruim de helft der huwelijken van gemengden aard is, b.v. op de Joure, waar de Doopsgezinde Gemeente 62 gemengde en 37 ongemengde huwelijken telt”.[10] Zo wordt ons de situatie omstreeks 1838 getekend. Uiteraard is dit het resultaat van een voorafgaande ontwikkeling. De huwelijken Rinkes-Wielinga, Taconis-Wielinga en Cath-Wielinga mogen voor deze ontwikkeling typerend worden geacht. Het lijdt intussen geen twijfel, dat zulke gemengde huwelijken de achteruitgang van de Doopsgezinden in Friesland in de hand hebben gewerkt.[11]

Merkwaardigerwijze blijkt het geslacht Rinkes net als Wielinga in oorsprong Doopsgezind te zijn. Een poging uit de voorhanden akten en retroacta van de Burgerlijke Stand in combinatie met de beschikbare familie-advertenties een stamreeks op te stellen, leidde tot een bescheiden, maar in dit verband veelzeggend resultaat:

  1. Jan Rinkes, tezamen met zijn vrouw als lid van de Doopsgezinde gemeente te Joure ingeschreven in 1750, overl. 26 dec. 1753, tr. Joure 25 febr. 1748 Antje Baukes. Beiden heten bij gelegenheid van hun huwelijk ,,van de Joure”.
    Als vermoedelijke ouders van de vrouw kunnen worden aangemerkt: Bauke Johannes en Lysbet Meinderts, die te Joure 6 febr. 1713 in het huwelijk traden. Bauke Johannes komt als schipper, sober in staat, in het quotisatiekohier van Haskerland van 1749 voor. Jan Rinkes ontbreekt in dit quotisatiekohier.[12]
  2. Jan Jansz., later Jan Jans Rinkes Sr., geb. Joure in okt. 1753, koopman, lid van de raad en assessor van Haskerland, overl. Joure 12 dec. 1837, tr. ald. 21 juni 1778 Dieuwke Jans (later Bakker), geb. Joure 9 febr., ged. (Herv.) ald.
    15 febr. 1756, overl. Joure 12 jan. 1822, dr. van Jan Cornelis, bakker, en Jitske Hettes.
    Volgens zijn overlijdensakte werd Jan Jans Rinkes Sr. geboren te Joure, was hij vierentachtig jaar oud en een zoon van het echtpaar onder I genoemd. Zijn overlijdensadvertentie preciseert zijn leeftijd als 84 jaar 2 maanden. Toen de dood hem trof, was hij “rentenier”. Het beroep van koopman manifesteert zich in een nagelaten debiteurenboek.
    Dieuwke Jans is volgens het Hervormde doopboek 9 febr. 1756 geboren. Kennelijk later toegevoegd en niet al te duidelijk geschreven wordt deze geboortedatum bevestigd door haar geboortelepel, die evenals het genoemde debiteurenboek nog nader aan de orde zal komen.

    Uit dit huwelijk:

    1. Antje Jans, later Antje Jans Rinkes, geb. Joure in 1779, overl. ald. 18 juli 1837, tr. Joure (Doopsgez. kerk) 31 mei 1801 Marten Jelles Pekema, geb. Joure in 1772, koopman ald., overl. Joure 4 sept. 1834, zn. van Jelle Wybes Pekema en Uiltje Yedes.
      Antje Jans Rinkes is als eerstgeboren dochter vernoemd naar haar Doopsgezinde grootmoeder van vaderskant, Antje Baukes. Doopsgezind opgevoed is zij 20 febr. 1802 als lid van de Doopsgezinde gemeente te Joure ingeschreven, zoals haar man enkele jaren eerder. Het geslacht Pekema staat als Doopsgezind bekend.[13]
    2. Jan Jansz., volgt III.
  3. Jan Jansz. later Jan Jans Rinkes Jr., geb. Joure 27 sept. ged. (Herv.) ald. 21 okt. 1781, koopman, lid van de raad van Haskerland, overl. Joure 22 okt. 1867, tr. ald. 29 okt. 1809 Antje Innes Wouters, later Antje Innes Wielinga, geb. Joure 6 juli 1783, overl. ald. 28 aug. 1852, dr. van Inne Wouters, wieldraaier, tevens leraar der Doopsgezinden in het Oude Huis, en Simkje Heerts Visser.
    Aannemelijk lijkt, dat Jan Jans Rinkes Jr. vernoemd is naar zijn Hervormde grootvader van moederskant. Hervormd gedoopt en gebleven wordt hij in de levensbeschrijving van zijn jongste zoon als een vermogend graanhandelaar getypeerd (zie noot 17). Dat er in zijn koopmansbedrijf meer omging dan graan, zal nader blijken.

De kinderen uit het huwelijk Rinkes-Bakker verdienen beknopt te worden vermeld:

  1. Dieuwke Jans Rinkes (1810-1869), gehuwd met Hermanus Ament.
    Als petekind van haar grootmoeder van vaderskant Hervormd gedoopt.
  2. Simkje Jans Rinkes (1813-1817).
    Als tweede dochter vernoemd naar haar Doopsgezinde grootmoeder van moederskant.
  3. Rigtje Jans Rinkes (1815-1845), gehuwd met Jan Kornelis Borger.[14]
    De grootmoeder Dieuwke Jans Bakker had een oudere zuster, die 15 april 1753 als Rigtsje was gedoopt. De derde dochter, vermoedelijk naar deze oud-tante van vaderskant vernoemd, is eveneens Hervormd gedoopt.[15]
  4. Inne Jans Rinkes (1818-1892), koopman, laatstelijk burgemeester van Haskerland van 1871 tot zijn dood.
    Inne Jans Rinkes dankt zijn voornaam aan zijn grootvader van moederskant Inne Wouters Wielinga. Doopsgezind opgevoed vindt men hem ingeschreven in het lidmatenregister van de Doopsgezinde gemeente te Joure met 5 april 1840 als doopdatum. Een jaar later is hij gehuwd.
  5. Jan Jans Rinkes (1821-1912), evenals zijn oudere broeder koopman geworden.
    Jan Jans Rinkes werd vernoemd naar zijn gelijknamige grootvader van vaderskant, die Doopsgezind was. Evenwel is hij als volwassene op belijdenis 28 april 1843 in het lidmatenboek van de Hervormde gemeente ingeschreven.[16] Twee dagen later volgde de doop, die hij als kind was misgelopen.[15] De vader vond het nu tijd het “Junior” aan deze zoon over te laten en zich zelf Jan Jans Rinkes Sr. te noemen. De zoon is in 1844 gehuwd.
  6. Simke Jans Rinkes (1823-1829).
    Wederom een zoon, ditmaal vernoemd naar zijn Doopsgezinde grootmoeder van moederskant.
  7. Dr. Simke Heerts Rinkes (1829-1865), classicus van naam. Hij was nog maar vijfendertig jaar oud, toen hij als conrector van het gymnasium te Arnhem, tevens schoolopziener in het eerste district van Gelderland, kwam te overlijden.[17] Gehuwd met Justina Cornelia van Iterson treft men hem aan in “Nederland’s Patriciaat” 35ste jrg. 1949, blz. 89.[18]
    Aan zijn grootmoeder van moederskant ontleent Simke Heerts Rinkes niet alleen zijn voornaam. Ook haar patronym en haar Doopsgezindheid heeft hij meegekregen. Aanvankelijk leek hij ertoe voorbestemd dominee te worden: toen de veel oudere broeders in het bedrijf van hun vader opgenomen waren en hij zelf een studiehoofd bleek te hebben, “zag de geheele familie reeds een Doopsgezinden predikant in hem”.[19]

Opvallend in de stamreeks Rinkes is, dat twee generaties achtereen een gemengd huwelijk heeft plaatsgevonden: Jan Jans Rinkes Sr. verbond zich in 1778 als Doopsgezinde bruidegom aan een Hervormde bruid; Jan Jans Rinkes Jr., die Hervormd gedoopt was, trad in 1809 in het huwelijk met een Doopsgezinde vrouw. De uitwerking van deze huwelijken op het nageslacht is frappant. Vader en moeder bepalen om beurten, de vader als eerste, naamgeving en geloof van hun kinderen met dien verstande, dat een jonggestorven kindje in een opvolgend broertje of zusje als het ware herleven kon. Familieleden, die zich vernoemd zagen, mochten er daarbij op rekenen, dat hun petekind in hun geloof zou worden opgevoed.

Merkwaardig doet aan, dat zowel het geslacht Rinkes als het geslacht Taconis in “The Mennonite Encyclopedia” als Doopsgezind te boek staan.[20] Tussen beide families is er overeenkomst en verschil. Beide geslachtsnamen zijn van oorsprong patronymen. De Friese voornamen Rinke en Taeke zijn erin te onderkennen. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat buiten Joure andere geslachten van de naam Rinkes zijn ontstaan, die thans niet aan de orde zijn. Bij Taconis, een gelatiniseerd patronym, moet in beginsel de mogelijkheid openblijven, dat alle latere naamdragers op eenzelfde stamvader teruggaan, die latinist is geweest. Te denken valt hierbij aan Laurentius en Taco Taconis, die zich in 1606 als studenten aan de Hogeschool te Franeker lieten inschrijven, de eerste in de theologische, de tweede in de juridische faculteit.[21] Sipke Taconis (1755-1826) en Namkje Krijns (1756-1831) zijn 14 juni 1778, dus ongeveer gelijktijdig met Jan Jans Rinkes Sr. in het huwelijk getreden, maar man en vrouw waren beiden Hervormd. Al hun kinderen hebben ze Hervormd laten dopen met Tys als oudste in 1779, Simon als jongste in 1796. Als “The Mennonite Encyclopedia” melding maakt van Inne Taconis (1815-1865), Doopsgezind predikant te Nieuwe en Oude Niedorp, dan valt het niet moeilijk in hem een zoon van het echtpaar Taconis-Wielinga te herkennen, die net als zijn neef Inne Jans Rinkes naar hun gemeenschappelijke grootvader Inne Wouters Wielinga is vernoemd en die als Doopsgezind predikant in de voetsporen van die grootvader is getreden. Onmiskenbaar zou het geslacht Rinkes en evenzeer het geslacht Taconis, voor zover te Joure woonachtig, in genoemde encyclopedie de aanduiding “both Mennonite and non Mennonite” hebben verdiend, die men op het Friese geslacht Tadema vindt toegepast.[22] Dit tegen de achtergrond van de gemengde huwelijken tussen Doopsgezinden en Hervormden die zo veelvuldig te Joure blijken te zijn voorgekomen. Terloops zij aangetekend, dat de geslachten Rinkes en Taconis — het geldt trouwens ook voor Cath — nog altijd bloeien. Ze zijn niet alleen met Wielinga, maar ook onderling gelieerd.

Twee erfstukken uit de nalatenschap van Jan Jans Rinkes Sr. (1753-1837) en Dieuwke Jans Bakker (1756-1822) zijn onze aandacht waard. Allereerst het genoemde debiteurenboek, dat als zodanig is opgezet, maar in de loop der jaren voor allerlei doeleinden is gebruikt en inmiddels bij het archief van de Doopsgezinde gemeente te Joure terechtgekomen de volgende beschrijving heeft gekregen: “Aantekenboek van Jan Jans Rinkes sr. (overl. 1837), zijn vrouw Dieuwke Jans Bakker (overl. 1822) en hun zoon Jan Jans Rinkes jr., bevattende debiteuren 1801-1806, historische aantekeningen van D.J.B. 1813-1817, idem van J.J.R. sr. 1815-1826, ontvangsten en uitgaven van de erven J.J.R. sr. 1843-1854. N.B. Aan de keerzijde preekteksten (Herv. Gem.) 1810-1819, aantekeningen over de Herv. Gemeente 1844-1859, zakelijke aantekeningen 1843-1852”.[23]

Helaas stelt de inhoud in bepaalde opzichten teleur. Zo gaat het bij de debiteuren uitsluitend om de door hen verschuldigde geldsbedragen. We vernemen niet, uit welken hoofde ze die verschuldigd waren. Spijtig is vooral, dat het wel en wee van de familie, het dagelijkse leven niet of nauwelijks aan de orde komt. De strenge winter van 1813-’14 duurde tot 17 maart. Toen sloeg de vorst om in dooi, maar twee dagen later, 19 maart, was het ijs “nog soo sterk, dat ons kinders Marten Pekema en Jan J. Rinkes na Leuwaarden sijn geweest met waagen en 2 peerden en sijn dien nademiddag over het deel gereeden met gort, orten, bonen en tabak ens, een gewigt op de waagen bij de tweduisent ponden”.[24] Zulke aantekeningen zouden wij in veel groter getale hebben gewenst.

Treffend is het te zien, hoe kerkelijk meelevend man en vrouw waren. Ze doen verslag van de bijgewoonde kerkdiensten, de een in de Doopsgezinde, de ander in de Hervormde kerk. Dieuwke Jans Bakker noemt Ds. Petrus Koumans Brouwer, die Hervormd predikant te Joure was van 1810 tot zijn overlijden in 1825, “ons gelieft Leeraar”.[25]

Voor de Doopsgezinden te Joure was 1817 een belangrijk jaar, omdat toen de hereniging van de gemeente tot stand kwam. Nadat de afgescheidenen van het Nieuwe Huis een desbetreffend voorstel hadden ingediend, was het aan de aanhangers van het Oude Huis hierop te reageren. Hierbij hebben Jan Jans Rinkes Sr. en zijn schoonzoon Marten Pekema een rol ten goede kunnen spelen. Ten huize van de laatste zijn 14 augustus 1817 de kerkeraden van de twee gemeenten in vergadering bijeengekomen. Daar “zijn toen met toewensching van ‘s Heeren zegen beide gemeenten vereenigd”. De familieaantekeningen mogen hier geen licht op werpen, de feiten staan niettemin vast”.[26]

Het tweede erfstuk, de geboortelepel van Dieuwke Jans Bakker, die aanleiding gaf mij in de afstamming van het geslacht Rinkes te verdiepen, vertoont aan de achterzijde drie inscripties:
“Djüke Jans is Geboren Den 9 Februaris 1756”
“Dieuwke Jans Geboren den 21 September 1810”
“Dieuwke Jans Geboren den 27 July 1865”.[27]

Daar de drie geborenen hier zonder geslachtsnaam optreden en ook de plaats van geboorte ontbreekt, zou het voor een buitenstaander, die de herkomst van de lepel niet kent, vrijwel ondoenlijk zijn de drie vrouwen te identificeren. De zilvermerken op de lepel bleken ook al geen houvast te bieden”.[28] Daarom is het dienstig de vererving sinds 1756 na te gaan. We kunnen dit het beste doen door de stamreeks Rinkes in vrouwelijke lijn te vervolgen:

  1. Hermanus Ament, geb. Ballum (Ameland) 2 febr. 1806, goud- en zilversmid, overl. Joure 24 juli 1888, tr. Haskerland 21 april 1833 Dieuwke Jans Rinkes, geb. Joure 21 sept., ged. ald. 7 okt. 1810, f Joure 20 juni 1869.
    Dieuwke Jans Rinkes is als eerstgeboren dochter vernoemd naar haar grootmoeder van vaderskant Dieuwke Jans Bakker. Haar geboortedatum is met de doopdatum in het doopboek van de Hervormde gemeente van Joure aangetekend. Verder zijn de gegevens gebaseerd op de genealogie Ament in “Nederland’s Patriciaat” 57ste jrg. 1971, blz. 31. Zie echter noot 8.
  2. Jan Rinkes Ament, geb. Joure 24 nov. 1835, goud- en zilversmid, overl. Joure 10 dec. 1865, tr. Haskerland 7 aug. 1864 Berber Geerts Cath, geb. Joure 17 jan. 1841, overl. Leiden 20 okt. 1895, dr. van Geert Pieters en Geertje Innes Wielinga; zij hertr. Haskerland 19 juli 1871 Jacobus Japikse.
    De genealogie Ament biedt de gegevens van deze en de volgende generatie op blz. 32. Zie echter noot 8.
  3. Dieuwke Jans Ament, geb. Joure 27 juli 1865, overl. Arnhem 4 jan. 1940.

Uit genealogisch oogpunt leveren ook de laatste generaties interessante gegevens op. Jan Rinkes Ament heeft als tweede zoon met de voornaam van zijn grootvader van moederskant tevens diens geslachtsnaam meegekregen.[29] We weten, dat dit in Friesland meer gebeurde.[30] Zulke “toenamen”, zoals men ze gevoegelijk kan noemen, konden — als ze eenmaal aan een kind gegeven waren — heel gemakkelijk tot het ontstaan van een dubbele geslachtsnaam leiden. De geboorteadvertentie van Dieuwke Ament geeft hier blijk van, want deze luidt: “Voorspoedig bevallen van een dochter B. Rinkes Ament-Cath. Joure, 27 Julij 1865”. Toen Dieuwke Jans Ament echter in 1893 met haar moeder van Joure naar Leiden verhuisd was, geschiedde de inschrijving in het bevolkingsregister daar ter stede onder de enkelvoudige geslachtsnaam Ament.[31] Deze heeft zich haar hele leven gehandhaafd.

Het huwelijk van Jan Rinkes Ament bracht mee, dat hij Geertje Innes Wielinga, een jongere zuster van zijn grootmoeder Antje Innes Wielinga, tot schoonmoeder kreeg. Door de kortstondige duur van het huwelijk is de dochter Dieuwke enig kind gebleven.

De geboortelepel van haar grootmoeder Dieuwke Jans Rinkes is op tweeërlei grond aan haar overgegaan. Niet alleen was zij als oudste kleindochter naar deze grootmoeder vernoemd, maar bovendien was zij net als deze een Dieuwke Jans. Harmen Thieden Ament, oudere broeder van Jan Rinkes Ament, noemde eveneens de eerste dochter, die hij uit zijn huwelijk met Namkje Simons Taconis kreeg, Dieuwke naar zijn moeder.[32] Geboren te Joure 8 augustus 1865 was deze tweede Dieuwke twaalf dagen jonger dan haar nichtje. Afgezien daarvan kon zij er niet op bogen een Dieuwke Jans te zijn.

Aangezien Dieuwke Jans Ament ongehuwd en kinderloos bleef, kon haar geboortelepel bij haar overlijden in 1940 niet opnieuw op een kleindochter vererven. Haar jongere halfbroeder uit het tweede huwelijk van haar moeder was Dr. Nicolas Japikse, directeur van het Koninklijk Huisarchief en historicus van naam, geboren te Joure 29 november 1872.[33] De lepel kwam ten slotte bij diens jongste zoon N.M. Japikse terecht Krachtens een door hem op mijn voordracht getroffen schikking is de lepel onlangs door zijn weduwe, mevrouw M.J.A. ]apikse-]acobs, afgestaan aan Dieuwke Ament, de oudste dochter van Mr. H.J. Ament, notaris op Terschelling. Haar betovergrootvader Tjalling Ament (1844-1875) was de jongste zoon van Dieuwke Jans Rinkes, de tweede eigenares van de lepel.

Al met al heeft dit verhaal de genealoog naar mijn idee wel iets te zeggen. Zelden of nooit komt het in de genealogie voor, dat de gegevens van een geboortelepel als informatiebron worden benut, zoals hier met betrekking tot de geboorte van de eerste Dieuwke Jans kon worden gedaan. Enerzijds is dit spijtig, anderzijds maar al te begrijpelijk. Voor zover zulke geboortelepels zich in particulier bezit bevinden, zal de genealoog, die een bepaald onderzoek verricht, van hun bestaan veelal niet op de hoogte zijn, zodat ze maar al te gemakkelijk aan zijn aandacht ontsnappen.

Voorts is het opmerkenswaard, dat Hermanus Ament (1806-1888), die Hervormd was, te Joure in een kring van families met Doopsgezinde inslag terecht kwam, zoals Cath en Rinkes. Van de “liefde-prediker” van het Oude Huis Inne Wouters Wielinga, die in het begin van dit artikel optrad, stamt Hermanus‘ kleindochter Dieuwke Jans Ament (1865-1940) op twee manieren af, door haar grootmoeder Cath-Wielinga en door haar overgrootmoeder Rinkes-Wielinga.[34]

Met het signaleren van de geloofsverdeeldheid, die tengevolge van huwelijken tussen Doopsgezinden en Hervormden in de eerste decenniën van de negentiende eeuw, of zelfs al eerder, in tal van te Joure woonachtige families haar intrede heeft gedaan, en van de wijze, waarop deze geloofsverdeeldheid op het nageslacht is toegepast, is naar mijn overtuiging met de genealogie ook de plaatselijke kerkgeschiedenis en de sociale geschiedenis gebaat.

Voetnoten

  1. The Mennonite Encyclopedia, Vol. III (Scottdale, Pennsylvania etc. 1957), blz. 124-125. Dit is een verbeterde versie van het artikel van dezelfde auteur in Mennonitisches Lexikon, Zweiter Band ( Frankfurt am Main und Weierhof, Pfalz, 1937), blz. 436.
  2. The Mennonite Encyclopedia, Vol. IV (1959), blz. 338.
  3. P. Nieuwland e.a., Repertorium van familienamen in 1811-1812 in Friesland aangenomen of bevestigd, deel 3, Fryske Argyfrige no. 28 (Ljouwert/Leeuwarden, 1978), blz. 97 annex blz. 100. Vgl. J.J. Kalma, Naamlijst der Friese Doopsgezinde Leke- of Liefdeprekers en Predikanten (Leeuwarden, 1962), blz. 52: “Enne (Inne) Wouters (Wielinga) …”
  4. De huwelijksdatum dient verbeterd te worden in 13 mei 1779; overigens zijn deze gegevens juist.
  5. Rijksarchief in Friesland: 1. Doop-, trouw- en begraaf boeken inv. nr. 363 Trouwregister van het Oude Huis, 3 juli 1796-24 febr. 1811; 2. Archief van de Doopsgezinde gemeente te Joure inv. nr. 11 (keerzijde). Krachtens een plakkaat van 29 april 1796 konden partijen in Friesland een wettig huwelijk aangaan hetzij voor het gerecht, hetzij in de kerk van hun keuze. Het “Wetboek Napoleon, ingerigt voor het Koningrijk Holland” van 24 febr. 1809, dat hier in principe een eind aan maakte, heeft op het Friese platteland weinig of geen effect gehad.
  6. Blijkens P. Nieuwland e.a., Repertorium van familienamen t.a.p. had Inne Wouters Wielinga in 1811/’12 zes kinderen. Een van de zeven dochters, kort voor de invoering van de Burgerlijke Stand overleden, is hier uiteraard niet meegeteld.
  7. Alle genealogische gegevens in dit artikel zijn — voorzover niet anders opgegeven — ontleend aan de akten en retroacta van de Burgerlijke Stand in het Rijksarchief in Friesland. Bij de doop-, trouw- en begraafboeken berusten onder nr. 363 lidmatenregisters van de Doopsgezinden te Joure van 1706-1850, die hier en daar een geboortedatum of een overlijdensdatum opleveren, die men elders niet zal aantreffen.
  8. Vijf huwelijken komen in dit artikel voor, die gesloten zijn te Joure voor de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Haskerland. Schrijver dezes had hier met opgave van de plaatsnaam Joure volstaan conform de genealogie Ament in “Nederland’s Patriciaat ” 57ste jrg. 1971. De hoofdredacteur heeft gemeend de plaatsnaam door Haskerland, de naam van de gemeente, te moeten vervangen, omdat het sluiten van een huwelijk een rechtshandeling is en de desbetreffende akten geen plaatsnaam vermelden.
  9. S. Blaupot ten Cate (1839), blz. 227-229.
  10. Idem, blz. 229.
  11. Idem, blz. 248-249.
  12. P. Nieuwland en A. van Dalfsen, De Quotisatiekohieren. Namen, beroepen en welstand van de Friese bevolking in 1749, deel 3, Fryske Argyfrige no. 39 (Ljouwert/Leeuwarden, 1983), blz. 90-109. Bauke Johannes, blz. 96.
  13. The Mennonite Encyclopedia, Vol. IV (1959), blz. 133. Er is echter reden voor enig voorbehoud. Zie noot 22.
  14. Tot dit geslacht behoort de in zijn tijd befaamde theoloog Elias Annes Borger (1784-1820), hoogleraar aan de Rijksuniversiteit te Leiden, die geboortig was van Joure. Men vindt hem soms ten onrechte als Elias Anne Borger.
  15. De heer E.J. Oord, president-kerkvoogd van de Hervormde gemeente te Joure, had de goedheid de dopen van Rigtje Jans Rinkes en Jan Jans Rinkes voor mij na te gaan. De data zijn respectievelijk 30 juli 1815 en 30 april 1843.
  16. Rijksarchief in Friesland, Doop-, trouw- en begraafboeken inv.nr. 362 Lidmatenboek van de Hervormde gemeente van Joure, Westermeer en Snikzwaag 1663-1850, blz. 133.
  17. W.N. du Rieu, Levensschets van Dr. Simke Heerts Rinkes, in: Levensberichten der afgestorven medeleden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, Bijlage tot de Handelingen van 1866 (Leiden, 1866), blz. 167-194. Vgl. A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, Tiende deel (Haarlem, 1874), blz. 107-108 en E. Zuidema in Nieuw Nederlandsen Biografisch Woordenboek, Tweede deel (Leiden, 1912), kol. 1212.
  18. Zijn geboortejaar is hier ten onrechte als 1830 opgegeven, de geslachtsnaam van zijn moeder als Wielenga in plaats van Wielinga.
  19. W.N. du Rieu, Levensschets (1866), blz. 168.
  20. The Mennonite Encyclopedia, Vol. IV (1959), blz. 338 en 681.
  21. Album Studiosorum Academiae Franekerensis, 1585-1811, 1816-1844 (Franeker, 1968), blz. 38 onder nr. 911 en blz. 39 onder no. 959.
  22. The Mennonite Encyclopedia, Vol. IV (1959), blz. 681. Ook het geslacht Pekema zou mogelijk voor de aanduiding “both Mennonite and non Mennonite” in aanmerking komen. Weliswaar staat vast, dat Marten Pekema, de zwager van Jan Jans Rinkes Jr. Doopsgezind was, maar andere kinderen van het ouderpaar hebben de Hervormde kinderdoop ondergaan, zodat aangenomen mag worden, dat hetzij Marten‘s vader dan wel zijn moeder Hervormd was.
  23. Rijksarchief in Friesland, Archief van de Doopsgezinde gemeente te Joure inv.nr. 43 (Aanwinsten 1967 IX 26).
  24. Idem, blz. 59 in het handschrift van Dieuwke Jans Bakker. Onder gort heeft men graan te verstaan, dat gepeld, eventueel ook nog gebroken is. Volgens J. Buisman, Bar en Boos, Zeven eeuwen winterweer in de Lage Landen (Baarn, 1984), blz. 189-190 was de winter van 1813-’14 inderdaad zeer streng: “Pas op 26 maart kan de trekschuit Haarlem-Leiden na 11 weken weer varen”!
  25. Ds. P. Koumans Brouwer overleed te Joure 5 juni 1825 en — zo wordt van hem getuigd — “niet dan met diep leedwezen, zag hem zijn laatste gemeente, den 11den Juni ten grave dalen”: Het Protestantsche Vaderland, Biografisch Woordenboek van Protestantsche Godgeleerden in Nederland, Eerste deel (Utrecht, 1907), blz. 658.
  26. Rijksarchief in Friesland, Archief van de Doopsgezinde gemeente te Joure inv.nr. 11, blz. 18.
  27. De Friese vrouwennaam Dieuwke wordt uitgesproken als “Djoeke”. De achttiende-eeuwse spelling kan men fonetisch noemen mits men aan de letter “u” de klank verbindt, die deze letter in het Duits heeft, en de streepjes boven de “u” niet als een Umlaut opvat.
  28. Helaas zijn geen werk of merken van twee potentiële vervaardigers van de geboortelepel bekend, Willem Aleva en Jacob Rodenhuis. De eerste wordt in 1749 als zilversmid te Joure genoemd: P. Nieuwland en A. van Dalfsen (1983), blz. 93. Moge de tweede hier zonder beroep zijn vermeld, het staat vast, dat hij zilversmid te Joure is geweest, waarschijnlijk meester was in 1739 en er vóór 7 juli 1775 overleed: Elias Voet Jr., Merken van Friese goud- en zilversmeden, Tweede druk (‘s-Gravenhage, 1974) blz. 328 onder no. 782.
  29. Dit geldt ook voor zijn tien jaar jongere neef Jan Rinkes Borger, die naar dezelfde grootvader werd vernoemd.
  30. Jhr. Mr. C.C. van Valkenburg heeft hierop gewezen in zijn artikel over “Mr. Daniël de Blocq van Haersma (1732-1814) en zijn afstammelingen” in: De Nederlandsche Leeuw 100ste jrg. 1983, kol. 308-309.
  31. Drs. B.N. Leverland van het Gemeentearchief te Leiden vond de betrokken inschrijving in het bevolkingsregister van 1890-1923, fol. 10480. Vestiging te Leiden 9 sept. 1893; adres sedert 26 sept. 1893 Oude Singel 38.
  32. F. de Josselin de Jong, die de naamcombinaties Rinkes Ament en Rinkes Borger vermoedelijk niet heeft gekend, heeft Thieden Ament als een samengestelde geslachtsnaam opgevat: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie XII 1958, blz. 67. Dit ten onrechte, want de naam Thieden is niet, — de genealogie Ament wijst het onomstotelijk uit — zoals een geslachtsnaam pleegt te doen, op de gezamenlijke nakomelingen overgegaan. Een oudere Harmen Thieden Ament (1768-1839) had met de voornaam van zijn overgrootvader Harmen Thieden diens geslachtsnaam als toenaam meegekregen. Thieden is overigens net als Rinkes in oorsprong een patronym, afgeleid van de voornaam Thiede.
  33. Dr. N. Japikse (1872-1944) komt voor in het werk Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, Nederlanders en hun werk (Amsterdam, 1938), blz. 745-746. Jhr. Dr. D.P.M. Graswinckel wijdde hem een “In memoriam” in: Nederlandsch Archievenblad, 51ste jrg. 1946-1947, blz. 84-87 met verwijzing naar het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden 1943-1945. Hier kan aan worden toegevoegd, dat het werk Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld met de levensbeschrijving van Dr. N. Japikse ex matre Berber Cath ook zulk een schets biedt van de zakenman Mr. Inne Rinkes (1888-1954) ex matre Hendrika Cath (blz. 1230-1231). Aangezien het werk zich uitsluitend op toen nog levende personen richtte, spreekt het vanzelf, dat de levensbeschrijvingen, die het bevat, van het standpunt van de huidige onderzoeker beschouwd onvoltooid zijn gebleven.
  34. De uitdrukking “liefde-prediker” is ontleend aan S. Blaupot ten Cate (1839), blz. 195 en 250. Daar gaat het om “zoogenaamde Liefde-predikers”. Kenmerkend voor hen is, dat zij hun broodwinning putten uit een of ander ambachtelijk bedrijf, het prediken voor hen een nevenfunctie is, waarvoor zij geen salaris genieten. Vgl. J.J. Kalma (1962): “Leke- of Liefdeprekers”.

Bron

De Nederlandsche Leeuw, maandblad van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, no. 9 CIIIde jaargang september 1986.

De redactie is niet aansprakelijk voor inhoud of strekking van ondertekende stukken.


De Nederlandsche Leeuw

De Nederlandsche Leeuw is, sinds het in 1883 voor het eerst verscheen, het toonaangevende Nederlandse tijdschrift op het gebied van de genealogie en de heraldiek. Middels een DVD worden de 125 jaargangen van 1883-2008 ontsloten voor historici, kunsthistorici en voor ieder die zich op een wetenschappelijke manier met familiegeschiedenis bezighoudt. Op de DVD vindt de gebruiker de volledige tekst en alle afbeeldingen uit 125 jaargangen De Nederlandsche Leeuw, alsmede een zoekprogramma waarmee op ieder woord kan worden gezocht. In totaal bevat de DVD meer dan 27.000 gescande bladzijden. U kunt de DVD bestellen via “DVD De Nederlandsche Leeuw 1883-2008 bestellen“.

Copyright © Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, Den Haag 2011.
Digital copyright © Stichting Historic Future, Amsterdam 2011.